De hoogste waarde of de laagste prijs?

Bestrijd de chaos deel 2

 

Het inkooptraject van concepten is een doolhof waarin de beste oplossing moeilijk te vinden is. De beste voor alle belanghebbenden, niet alleen van jou, als professionele vrager, maar zeker ook van de bewoners, de buurt en de gemeente. Pas als iedereen tevreden is wordt er echt waarde toegevoegd. Als vrager weet je die verlangens bijeen te brengen en te bundelen tot gewenste prestaties. Die zijn je maatstaf in het inkooptraject en uiteindelijk bij kiezen van de beste oplossing. Vaak wordt bij de selectie EMVI gebruikt, het principe van de Economisch Meest Voordelige Inschrijving. Alleen wordt het slecht begrepen Kwaliteit en prijs worden opgeteld of afgetrokken. Aan de prijs veel meer waarde toegekend dan aan de kwaliteit of er wordt geen openheid over gegeven. Een warboel die niet leidt tot de meeste ‘waar voor je geld’. Hoe vindt je de kortste weg naar de oplossing met de beste prijs-kwaliteitverhouding?

 

Waarde binnen grenzen

De NEN-norm 12973 over Waardebeheer definieert waarde als het quotiënt van kwaliteit en prijs. Het hoogste waardenquotiënt biedt de meeste waarde. Tenminste als een voorstel binnen je budget valt én voldoet aan jouw minimale eisen. Is de prijs te hoog of is de woning bijvoorbeeld te kleins, dan is hij voor jou ‘waardeloos’. Ook teveel aan prestaties biedt geen toegevoegde waarde. Bijvoorbeeld een woning kan in één dag klaar zijn. Maar als nutsbedrijven zo snel niet kunnen aansluiten, heeft dat geen zin.

 

Budget en tijd

 

Jouw budget is de deler in het waardenquotiënt. Traditioneel zijn dat de bouwkosten en die begroot je vooraf. Bij concepten is het budget het bedrag dat je maximaal aan je aanschaf wilt besteden. Daar zit dus ook het ontwerpen in en als je dat wilt bijvoorbeeld ook het regelen van vergunningen. De hoogte wordt bepaald door de ruimte in jouw financiële huishouding in de loop van de tijd. Hoe langer die termijn, hoe hoger de prijs kan zijn, als je tenminste de financiering rond is te krijgen. En dan wil je misschien ook naar de onderhoudskosten kijken in de periode. Ze zijn ook deel van jouw financiële lasten. Je kunt ze deel maken van je budget. Vraag dan om de ‘total cost of ownership’ (TCO).

 

 

Het wegen van prestaties

Maar dan ben je er nog niet helemaal. Wat is je meer waard, een mooie woning die laat klaar is of een minder mooie waar je wel snel is kunt? Welke combinatie van prestaties is de beste? Dat kun je bepalen door aan prestaties punten toe te kennen; veel punten heel belangrijk, weinig minder. Die wegingsfactor maakt duidelijk hoe belangrijk je schoonheid of snelheid vindt. Alle factoren samen vormen een waardenprofiel. De prestaties binnen de door jouw aangegeven grenzen zijn daarmee onderling te wegen.

 

Niet alle prestaties zijn te objectief vast te stellen. Snelheid wel, schoonheid niet. Toch zijn zulke subjectieve prestaties ook te scoren. Bijvoorbeeld door belanghebbenden de voorstellen in een volgorde van goed, naar beter en best te laten zetten. De plaats op die ladder geeft recht op een vooraf bepaald aantal punten[i]. Dus wil je de markt uitdagen, ben dan helder over je budget, je prestatiegrenzen en je waardenprofiel. En wil je de beste oplossing kiezen, gebruik dan het waardenprofiel.



[i] Wil je je hier verder in verdiepen dan kun je terecht in de multivariate analyse theorie.

 

  • De aanbieding met de meeste toegevoegde waarde heeft het hoogste waardenquotiënt.
  • Het waardenprofiel laat zien hoeveel belang je hecht aan verschillende prestaties

 

 Met het waardenprofiel kun je:

  • Aanbieders laten zien waar extra prestaties hun kansen vergroten;
  • Hun voorstellen op meerwaarde vergelijken.

 

 

Reactie schrijven

Commentaren: 0